Ontroerend Goed, Te Koop. De liedjes (download)

Aanbieding!

9.99 5.55 incl. btw

De CD “Te Koop” van de vermakelaar in Ontroerend Goed is vanaf heden exclusief te koop bij de Altijd Nijmeegs winkel.
De liedjes van “Te Koop” zijn hier te downloaden.

Achter de vermakelaar gaat Jan Willem van Opstal schuil.

Jan Willem van Opstal, troubadour, entertainer, muzikant, zanger, liedjesmaker, chansonnier, acteur……… en kok.

Geniet van zijn liederen.

Als u de hele CD, inclusief een persoonlijk geschreven bedankje dan moet u hier klikken.

746 op voorraad

SKU: NL-T3A-08-00001 Categorieën: ,

Beschrijving

Jan Willem van Opstal

Vermakelaar in Ontroerend Goed, | entertainer | troubadour | chansonnier | minstreel | singer-songwriter |
akoestisch ambulant vermaak | liedkunst | liedjesprogramma voor theater | animaties op maat | gentleman clown | Bourgondisch | middeleeuws vermaak | zingende oesterman | kok | workshops | wijn-spijs | klank-spijs-wijn | spijs-klank |

clownerie, animatie, entertainment, kinderprogramma’s,
commedia dell’arte, schouwburgvoorstellingen, doelgroeptheater, improvisatietheater, kindertheater, straattheater, meespeel-theater, theaterdiners, jongleren, koken, beleving,

Het kan raar lopen.

Na een optreden kom ik rond middernacht de Karelstad weer ingereden en besluit nog even een biertje te gaan drinken in Café ’t Paleis in de Priemstraat.

Michael stond me al op te wachten bij de deur en zei “Er zit een Alfa vrouw op je te wachten.” De vrouw in kwestie vertelde me dat ze had gehoord dat ik zo nog ging spelen. Laat mij eerst even rustig mijn biertje drinken, dacht ik. Maar zoals het in die tijd wel vaker ging was ik met een klamme vinger te lijmen. Tot mijn grote verbazing ging de vrouwspersoon, die zo had zitten zeuren dat ik nog wat moest spelen, vanaf mijn eerste akkoord, met haar rug naar me toe, met een andere man zitten kletsen. Ik maakte netjes mijn liedje af en tikte haar op haar schouder.

“Ik dacht dat jij me wilde horen zingen.”
“Sorry, sorry, die man probeerde al heel de avond met me te praten en toen ging jij spelen en zag hij zijn kans schoon. Maar nu ben ik een en al oor.”

Ze zette haar barkruk bijna tegen me aan en ging tegen me aan zitten.
Ze keek me diep in mijn ogen en met hese stem fluisterde ze in mijn oor “zing voor me.” Ik zong ‘Ware’. Na het laatste akkoord draaide ze haar prachtige blonde krullenbol naar haar vriendin, een typisch geval van stewardess, en zei: “ik blijf vannacht bij hem”. Alsof ik daar niets over te vertellen had. En zo geschiedde.

Ik had het flink te pakken. Ze zou me die maandag naar haar werk bellen. Ze was onderwijzeres en wilde me ook voor haar kindertjes laten spelen als middeleeuwse troubadour, in het kader van het project middeleeuwen. Ik haastte me de volgende dag naar huis om  vanaf drie uur ’s middags binnen een straal van drie meter van mijn vaste telefoon te zijn. Met een kladblok op tafel en de gitaar op schoot krabbelde ik flarden van een nieuwe tekst op papier. Om drie uur ‘s nachts was “Veel te mooie vrouw” af. Ze heeft niet meer gebeld. Ik heb haar nooit meer gezien.

Die zelfde nacht nog mailde ik de nieuwe tekst naar Caroline, een collega muzikant/zangeres. Als troost schreef ze me het gedicht “Troost”.
Vier dagen later zat Caroline in het publiek in de schouwburg van Rijssen, en tot haar stomme verbazing zong ik, mezelf begeleidend op gitaar en gedragen door het contrabasspel van Tijn, “Troost”, als intro voor het lied “Veel te mooie vrouw”.

Vanwege bovenstaand verhaal staan de drie nummers; “Troost”, “Veel te mooie vrouw” en “De wolken” als een drieluik achter elkaar. Soyant detail is dat ik in de compositie ook rekening heb gehouden met de toonsoorten. De reggae van “Troost” in g-klein eindigt verrassend op Dm, de toonsoort van “Veel te mooie vrouw” en “Veel te mooie vrouw” eindigt weer verrassend op een b-klein om vlekkeloos over te gaan in “De Wolken”. De compositie is verder een soort hommage aan mijn oude gitaarleraar, Wout Pennings, omdat de basis van al deze liedjes ligt in de oefeningen die ik ooit van hem kreeg.

Boven aan de bovenzijde van het zelfde kladblok had ik voor Nieks verjaardag een gedichtje geschreven over wolken. Niek heeft iets met wolken en een gezamenlijke vriendin had bedacht dat het leuk was als we allemaal iets zouden doen over wolken. Er werd een schilderij gemaakt en ik maakte van het gedicht een lied. De minder creatieve onder ons waren vindingrijk en kochten een boek over wolken. Zo ontstond het lied “De wolken”.
Niek is een lieve vriendin die me met haar man enorm hebben opgevangen in mijn ontroostbare periode toen ik er als vrijgezel alleen voor kwam te staan na mijn eerste huwelijk.

Toen ik als vrijgezel terug kwam uit Tunesië, Yvonne was zo geschrokken van mijn voorstel samen te gaan wonnen dat ze de relatie onmiddellijk beëindigden. We vlogen vier dagen later terug naar Nederland, waar ik de dag na aankomst nog moest optreden op een feestje van Yvonne haar ouders. Ik werd de hele avond voorgesteld als de ideale schoonzoon. Alleen Yvonne en ik wisten dat ik dat al vijf dagen niet meer was. Yvonne was er nog niet aan toe zich te binden en wilde haar vrije leventje nog niet opgeven. Ze is nu gelukkig getrouwd en ongetwijfeld een geweldige moeder. De vader van haar kind ontmoeten ze de eerste week na onze reis naar Tunesië. Nog geen half jaar later woonde ze samen.

“Ware” is een tekst van George van Keulen een bevriende tekstschrijver die ik ontmoete in de Sahara van Tunesië,  net voor het Millennium, ook de tekst “Lazarus” is van zijn hand. George was daar op huwelijksreis met zijn lief en ik was er met Yvonne, zoals hierboven al beschreven, naar later bleek,  als laatste redmiddel van een niet meer te redden relatie.

Een jaar later was ik in Zuid-Afrika en schreef ik het openingsnummer “Spook in mijn gedachten” dat gaat over deze vreselijk lieve vrouw. Ik zal haar eeuwig dankbaar zijn voor de fijne tijd met haar en mijn dochter, de mooie herinneringen en het diepe verdriet waaruit zoveel mooie liedjes en teksten zijn ontsproten.

Niet veel later verhuisde de moeder van mijn dochter, met mijn dochter, zo ver mogelijk van mij vandaan en overleed mijn moeder, de liefdesliedjes die ik in die tijd schreef, zoals bijvoorbeeld “Als een kind zo blij” bleken, achteraf, veel meer over mijn moeder, dan over de vrouw waar ik op dat moment troost en warmte bij zocht, te gaan, zoals ik weer bezing in “De echo van jouw woorden”.

Over “De ballade van een zeer bijzonder lekker wijf”:
Toen ik zes jaar oud was, adopteerde mijn ouders een jongetje. Ik kreeg er een broertje bij. Mijn broertje was in bijna alles anders dan ik en dat is nog steeds zo.
Om het lied niet nog ingewikkelder te maken heb ik het adoptie gedeelte niet vernoemd.
Het gezin waarin ik met dit broertje en mijn echte zus opgroeide was alles behalve alledaags. De houding van mijn ouders ten opzichte van anders denkende of anders voelende mensen intrigeert mij tot op de dag van vandaag. Er is veel misbruik van gemaakt.

“Meer liefde dan lust” heb ik op een zondagochtend in de negentiger jaren, onder het genot van koffie verkeerd, zitten schrijven in café De Ruif in Delft. Met zicht op het slaapkamerraam van een heel lief meisje dat werkte in de bediening van stadsherberg de Mol waar ik de avond ervoor had opgetreden.
Na het optreden kwam ik haar weer tegen in café Het Klooster, waar ik in die tijd regelmatig na mijn optreden de warmte en vermaak van een Belgisch biercafé zocht en waar ik regelmatig op nachtelijke uren de instrumenten weer uit de koffers haalde om tot de vroege morgen minnezang en drankliederen ten gehore te brengen. Ook die avond ging het zo en in het vroege ochtendlicht kuste ze me regelmatig de zevende hemel in. Ik sliep die nacht op het logeerbed van de toenmalige kroegbaas. De volgende morgen dwaalde ik met mijn nieuwe vlinderverzameling door de pittoreske binnenstad van Delft, en belandde als gezegd in één van de cafés met zicht op haar kamer. Gelukkig had ik het briefje wat ze ’s nachts nog op mijn logeeradres in de bus had gegooid nog niet gevonden. Ik kreeg dat twee weken later bij mijn volgende bezoek aan Delft. Het was een kort briefje met als belangrijkste boodschap dat ze door de betovering van mijn voor haar zing even was vergeten dat ze een vriend had. Als ik daarna weer optrad in de stadsherberg zong ik regelmatig de unplugged versie van “meer liefde dan lust”. We hebben er nooit meer over gesproken, maar zowel haar als mijn ogen waren vochtiger dan anders als `ons` liedje weer voorbij kwam.

 

Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.